Verslag van het congres

Verslag van het congres: De hindostaanse vrouw in de Nederlandse samenleving

 

De opening vindt plaats door mevrouw Henna Mathura van stichting Vrouwenorganisatie Sarita. Ze heet een ieder van harte welkom en staat vervolgens stil bij het vijfjarig bestaan van stichting Vrouwenorganisatie Sarita. Naar aanleiding hiervan organiseert de stichting dit congres. De naam Sarita betekent letterlijk een snel stromende rivier. Zoals de rivier iedereen en alles van water voorziet, zo is de wens van de stichting om iedereen te helpen en waar nodig ondersteuning te bieden. De doelstelling van de stichting is het mobiliseren, participeren en het bevorderen van de zelfontplooiing van de vrouwen en het verbeteren van hun positie in de Nederlandse multiculturele samenleving en in het bijzonder in Den Haag.

Deze doelstelling wordt bereikt door:

-Het organiseren van themabijeenkomsten van educatieve-, sociale-, culturele- en                       maatschappelijke aard.

-Het opzetten van kadertrainingen door vrouwen.

-Het organiseren van recreatieve (excursies) en voorlichtende activiteiten.

-Het uit het isolement halen van vrouwen en hun te stimuleren tot maatschappelijke en                 persoonlijke ontplooiing.

-Het samenwerken met zelforganisaties.

-Het aanbieden van cursussen van allerlei aard, zoals yoga, Spaans en aerobics.

-Het verzorgen van een radioprogramma bij Radio Eekta.

 

Pandit Anand Bierdja heeft voor deze gelegenheid een gedicht geschreven die door Rita Poetoe wordt voorgedragen.

 

Nadat Henna Mathura het congres voor geopend heeft verklaard, geeft zij het woord aan Indra Boedjarath die de dag zal voorzitten.

 

Dames en heren, ik hoop dat het een interessante en inspirerende dag wordt voor ons allen. Op het programma staan naast de lezingen ook workshops waarin uw inbreng heel belangrijk zal zijn. Ik vind het een eer om deze dag te mogen voorzitten. Ik houd me veel bezig met dit onderwerp, zowel privé als in mijn werk. Ik ben zelf een hindoestaanse vrouw en kom uit een gezin met zeven dochters. Hindoestaanse vrouwen zijn in mijn leven heel belangrijk. Ik ontmoet ze in mijn praktijk, daar zie ik vooral de sombere kanten van hun leven. Dat geeft wel een beeld hoe hun leven er uit kan zien. De hindoestaanse vrouwen beschikken over veel kracht. Er heerst een tweeledig beeld over hen. Het positieve zit hem in de eerder genoemde kracht. Ze hebben veel bereikt in de maatschappij. Hindoestanen zijn sowieso heel prestatiegericht. Aan dit succes hebben de vrouwen veel aan bijgedragen. Er is ook vaak sprake van verschillen in opleiding tussen mannen en vrouwen en het komt vaak voor dat de vrouwen hoger opgeleid is. Daar komen we later op terug.

De negatieve kanten, wat ook een deel van de werkelijkheid is, betreft het aantal zelfmoordpogingen onder de hindoestaanse meisjes en vrouwen. Dit percentage ligt hoger dan bij andere bevolkingsgroepen, zo blijkt uit een onderzoek. Ik stip enkele onderwerpen aan, ze komen zeker later of in de lezingen of in de workshops aan de orde.

Wat is de bijdrage van de hindoestaanse vrouw aan deze samenleving? Deze vraag staat vandaag centraal. Door de komst van de verschillende migrantengroepen naar Nederland, is niet alles meer vanzelfsprekend. We stellen bepaalde zaken ter discussie en geven er een nieuwe invulling aan.

We beginnen zo als eerst met de inleidingen. Het zijn relatief korte inleidingen. Hierna heeft u de mogelijkheid om vragen te stellen. Na de vragenronde is er een korte pauze met een hapje en een drankje. Tijdens de pauze is er ook gelegenheid om zich in te schrijven voor één van de vijf workshops, voor zover u dat nog niet heeft gedaan. Er is straks een lijst te zien waarop staat in welke groep u bent ingedeeld. De workshops duren anderhalf uur, daarna vindt er een centrale terugkoppeling plaats. Het congres wordt afgesloten door Henna Mathura. Vervolgens is er een vegetarische maaltijd voor iedereen beschikbaar tijdens een informeel samenzijn. De groep van Ronnie Bikharie zorgt voor het muzikale gedeelte.

Er wordt een verslag gemaakt van deze middag, diegenen die het willen bestellen, kunnen dat ontvangen tegen een vergoeding. Sarita beschikt helaas niet over genoeg middelen, vandaar. Nog twee mededelingen. U heeft bij binnenkomst een evaluatieformulier meegekregen. Als u dat ingevuld inlevert, krijgt u een presentje. Verder staat er bij de ingang een collectebus waar u uw bijdrage kan deponeren. Het geld is bedoeld voor de wederopbouw van Orissa in India. Ik verzoek u verder niet te roken, alleen in de pauze en dan het liefst achter in de zaal.

We gaan over tot het programma van vandaag. De eerste inleider is Johan Chandoe, een bekende persoon in Den Haag. Zijn inleiding gaat over het beleid van de gemeente Den Haag en dan met name over de werkgelegenheidsbevordering en de integratie van de allochtone vrouwen.

 

Johan Chandoe (gemeenteraadslid PvdA, Den Haag):

 

Allereerst wil ik Henna feliciteren met het vijfjarig bestaan van de vrouwenorganisatie Sarita. Het is een bijzondere mijlpaal waar we niet veel van zien in deze stad. U heeft een verhinderingsbrief ontvangen van wethouder Klijnsma. Zij was verhinderd vandaag hier te komen. Ik ben gevraagd haar boodschap over te brengen. Ik ben zo vrij geweest deze wat in te korten en hier en daar mijn eigen opmerkingen erin te verwerken.

Hier volgt de boodschap van Jetta Klijnsma: voor een effectief emancipatiebeleid is het noodzakelijk dat alle vrouwen participeren in deze samenleving. De opleidingen zijn gelijk, ze participeren in arbeid. Het Haagse beleid is gericht op het verwerven van een zelfstandig leven met de bijbehorende verantwoordelijkheden. De emancipatienota van de gemeente is getiteld ‘Doorstart naar 2000′ waarin de combinatie van zorg en arbeid veel aandacht krijgt. De kinderopvang wordt uitgebreid met vierhonderd plaatsen. We willen de kinderopvang en de peuterspeelzalen ook toegankelijker maken voor allochtonen. Zij maken nog niet optimaal gebruik van deze faciliteiten. Ik wil binnenkort een debat voeren over de combinatie van zorg en arbeid waarbij ik graag alle betrokken partijen wil horen. Extra aandacht in het arbeidsproces krijgen de her- intredende vrouwen. Het emancipatiebeleid is facetbeleid, dat wil zeggen dat het gemeentebreed wordt gedragen en aan de orde komt. Niet alleen arbeid en zelfstandigheid zijn belangrijk, maar ook de maatschappelijke zelfstandigheid. Dat kan onder andere via vrijwilligerswerk ontwikkeld worden.

Den Haag kent een grote instroom van buitenlanders. De participatie van de hindoestaanse vrouw is groot, maar ze opereren op de achtergrond en niet in georganiseerd verband. Op 8 december wordt de Emancipatienotitie in de gemeenteraad behandeld. Suggesties die voortkomen uit dit congres, wil ik graag meenemen. Aldus wethouder Klijnsma. Ze wenst u een succesvol congres toe.

Zoals ik al zei ben ik tweede keus. Maar ik bevind me op glad ijs want ik weet weinig over vrouwen. Ik zit in de commissie Werkgelegenheid, Sociale Zaken en Integratiebeleid. Ik zal daarom in een kort bestek de economische activiteiten van Den Haag behandelen. Den Haag is geen dorp maar een grote stad. Het aantal inwoners is van ruim 600.000 gedaald tot 400.000 en het zal nog verder afnemen. Dat is bedreigend voor het economische draagvlak van de stad. Eén op de vier Hagenaar leeft op of onder het minimum. De economische groei in Den Haag was 2 procent tegen 12 procent op landelijk niveau. Er is kortom een grote werkloosheid.

Iedereen wil mooier wonen, de mobiliteit neemt toe; mensen trekken naar de randgemeenten. De plek van deze mensen werd ingenomen door nieuwkomers: Indonesiërs, Surinamers en later de gastarbeiders. Ze hadden een zwakkere economische positie, het vormde een kwetsbare groep. Dat was wel funest voor de stad. Jaarlijks komen er achtduizend nieuwkomers uit het buitenland naar Den Haag. Dat vereist een uitgebreid voorzieningenpakket om ze op te vangen en te begeleiden. Binnen een kort tijdsbestek zal de helft van de stad uit allochtonen bestaan, zo heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek voorspeld. Door de voortdurende instroom van nieuwkomers zijn de onderste sporten van de ladder constant bezet. Dat wordt een probleem als ze niet doorstromen naar de hogere sporten. Ze moeten maatschappelijk actief worden en blijven. Het economische zwaartepunt ligt in deze stad in de dienstverlening. Door ruimtenood zijn veel bedrijven en het MKB weggetrokken. Dat heeft de stad veel gekost. De werkloosheid neemt nu af. De investeringen beginnen hun vruchten af te werpen. Maar er komen steeds meer mensen van buiten om de arbeidsplekken te vervullen. Dat komt omdat in Den Haag de werkzoekenden vaak laag opgeleid zijn.

Nog enkele kernpunten: we hebben in Den Haag 125 nationaliteiten. In de beleidsmatige sfeer weet ik weinig af over de hindoestaanse vrouwen. Er wordt namelijk geen onderscheid gemaakt onder de verschillende Surinaamse etniciteiten. Maar het is algemeen bekend dat in Den Haag een grote concentratie hindoestanen woonachtig zijn. Hierdoor profiteren zij met name van de maatregelen en voorzieningen.

 

Tot slot overhandigt het gemeenteraadslid een stadspeld van Den Haag aan Henna Mathura in verband met de vrijwilligerswerkzaamheden die ze verricht.

 

Indra Boedjarath:

 

Mevrouw mr drs Kanta Adhin is beleidsadviseur op het ministerie van Buitenlandse Zaken op de afdeling Mensenrechten, Goed Bestuur en Democratisering. Daarnaast is ze gedurende twaalf jaar secretaris geweest van de Wereld Hindu Federatie Nederland, een organisatie met als doel de overdracht van normen en waarden van het hindoeïsme met het oog op de harmonische dynamische participatie van hindoes in de Nederlandse samenleving. Ze is geen onbekende voor ons. In diverse voordrachten en publicaties heeft zij speciale aandacht besteed aan de rol van de vrouw. Haar inleiding vandaag gaat over de bijdragen van de hindoestaanse vrouwen aan de samenleving waarbij ze na een schets van de algemene ontwikkelingen in de positie van de hindoestaanse vrouw, zal stilstaan bij de verdere mogelijkheden voor een positieve bijdrage.

 

Kanta Adhin:

 

Enkele jaren terug was een Indiaas echtpaar dat al jaren in Duitsland woont bij ons op bezoek. De man en de vrouw logeerden enige tijd in hotel Novotel in Den Haag, omdat de man voor een periode van zes maanden naar Nederland was uitgezonden voor zijn werk. De vrouw vertelde mij dat het haar zo opviel dat zij in het centrum van Den Haag zoveel hindoestaanse meisjes / vrouwen zag die er werkten. In kantoren, in winkels en in de bibliotheek. Dat had ze niet verwacht. Alhoewel er in bepaalde steden in Duitsland veel Indiërs wonen, kom je de vrouwen in de maatschappelijk actieve sfeer niet tegen. Alleen op feesten en culturele bijeenkomsten.

Hiermee kom ik al op de bijdrage van de hindoestaanse vrouwen aan de samenleving. Het is kennelijk opmerkelijk in welke getale zij aan het openbare leven deelnemen. Ik kan niet terugvallen op een specifiek onderzoek om een en ander met cijfers te staven. Maar ik denk dat we er van kunnen uitgaan dat hindoestaanse vrouwen, zeker de jongere generatie, een economisch en sociaal‑maatschappelijk actieve groep is die op haar manier een bijdrage levert aan de samenleving. Johan Chandoe verwees hier ook naar.

Hoe kunnen we deze bijdrage in historisch perspectief brengen? Zijn er verdere positieve ontwikkelingen te verwachten en hoe zou een verdere bijdrage in de toekomst vorm kunnen krijgen? Op deze drie vragen wil ik kort ingaan.

Ten eerste het historisch perspectief. Hindoestanen in Nederland hebben twee migraties achter de rug. Vanuit India naar Suriname en vanuit Suriname naar Nederland. In Suriname hebben zij al een emancipatieproces doorgemaakt: een ontwikkeling van volledig maatschappelijk isolement naar een volwaardige plaats in de multiculturele Surinaamse samenleving; van platteland naar de stad; van landbouwer naar alle andere beroepen. In de stad raakte men bekend met de westerse Nederlandse cultuur; op scholen werd en wordt in het Nederlands onderwezen. De migratie naar Nederland is dan ook een hele andere dan vanuit India. Toen kwam men in een volslagen vreemde omgeving terecht en was men voor het grootste deel ongeschoold. Naar Nederland kwam een groep met een behoorlijke bagage aan kennis en opleiding. Dit geldt met name voor de mensen die vanuit Paramaribo emigreerden. Voor hen die vanuit het platteland rechtstreeks naar Nederland zijn gekomen, is het ook niet makkelijk geweest. Aanpassing was moeilijker, vaak omdat zij de Nederlandse taal niet machtig waren. Maar kinderen werden wel naar school gestuurd.

Ik vertelde die Indiase mevrouw dan ook dat de hindoestaanse gemeenschap hier niet te vergelijken is met die in Duitsland. De meeste hindoestanen zijn afkomstig uit Suriname. Ze kennen vandaar al de taal en hebben daardoor aanknopingspunten voor maatschappelijke integratie. De meisjes en jonge vrouwen die zij zag, behoren tot een generatie die in Nederland is opgegroeid en in het algemeen goed is opgeleid. We zien hindoestaanse vrouwen in allerlei beroepen: van werkster tot ondernemer, van secretaresse tot beleidsadviseur, van maatschappelijk werker tot politicus, van verpleegster tot arts, van klerk tot advocaat of notaris. Ik kan zo wel doorgaan. In een van de werkgroepen zal over de carrière aspecten van hindoestaanse vrouwen worden doorgepraat.

Het schijnt ingebakken te zitten bij hindoestanen om vooruit te komen. Scholing speelt daarbij een belangrijke rol. In de immigratiegeschiedenis van de hindoestanen in Suriname wordt altijd veel nadruk gelegd op de ijver van deze groep. Daardoor hebben ze zich in relatief korte tijd zo kunnen opwerken. De vooruitgang van de groep als geheel, is uiteraard ook van invloed op de situatie van vrouwen. U bent wellicht bekend met het onderzoek van Bea Lalmahomed naar de positie van de vrouw bij zes generaties hindoestaanse vrouwen. Daarin beschrijft ze dat vanaf de vierde generatie vrouwen (leeftijdscategorie nu 45 en 65 jaar) de scholingskansen in Suriname in toenemende mate zijn benut. Eenmaal in Nederland heeft deze trend zich versterkt doorgezet. Ze concludeert dat ook de sociale vrijheid in de loop der tijd is toegenomen. Ik zie geen reden dat deze trend zich niet verder zal doorzetten. Als we alleen maar kijken naar de aantallen vrouwelijke hindoestaanse scholieren en universitaire studenten, denk ik dat de maatschappelijke participatie alleen maar on the move is. Op een gegeven ogenblik zullen ook die terreinen worden betreden, waar nu nog mondjesmaat of helemaal geen hindoestaanse vrouwen actief zijn.

Vandaar dat ik het ook onterecht vind als er een soort algemeen beeld wordt gepresenteerd van ‘de hindoestaanse vrouw’ die gebukt gaat onder zware repressie van de kant van de man of eigen familie; van een vrouw die van alle kanten gekortwiekt wordt, zich niet mag ontplooien en van ellende zichzelf wat aandoet. Zulke gevallen zijn er, zeker. Ook in de werkgroepen zal daar nader op worden ingegaan. Ik denk alleen niet dat dàt het beeld is van dé hindoestaanse vrouw. Er zijn trieste gevallen van mishandeling of van extreme dwang om te voldoen aan traditionele normen. Maar worden die onder de hindoestanen nu als de sociale norm geaccepteerd? Vroeger misschien wel. Maar steeds beter geschoolde generaties zullen zich steeds minder belemmerd voelen dergelijke wantoestanden aan de kaak te stellen. Overigens zijn er altijd ook onder minder geschoolden genoeg mensen met common sense die dergelijke praktijken afkeuren. Fysiek geweld bijvoorbeeld is echt niet terug te voeren op ‘de cultuur’. Asociale aanleg, daar komt het vaak op neer. En cultuur, religie of traditie fungeren als dekmantel. Vrouwen in kwetsbare omstandigheden worden hier veelal de dupe van. In de traditie zijn vaak ook genoeg aanknopingspunten voor tegenovergesteld, positief en constructief gedrag aan te wijzen. Waarom de negatieve er selectief uitpikken?

Om op de tweede vraag te komen: wat kunnen we verder verwachten? Ik denk dat naarmate de groep langer in Nederland verblijft de algemene ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving ook hun invloed hebben zoals dat nu reeds het geval is. Hier is het proces van emancipatie van de vrouw nog volop in gang. Dit heeft natuurlijk ook invloed op de ontwikkeling van de positie van de hindoestaanse vrouw. Ik denk dat we daar als hindoestaanse vrouwen ook daarbij stil moeten staan en kijken hoe die ontwikkeling in goede banen te leiden is. Eigen culturele waarden zullen namelijk een rol blijven spelen en dat is niet bij voorbaat een slechte zaak. Waar het om gaat is: hoe kunnen ontwikkelingen in de samenleving om ons heen in harmonie worden gebracht met het eigen normen‑ en waardepatroon?

Los van participatie op de arbeidsmarkt heeft de vrouw ook een bijdrage te leveren aan harmonie in het gezin. Het gezin wordt nog altijd beschouwd als de hoeksteen van de samenleving. In de meeste gevallen is de vrouw de spil in het gezin. Zij is met de kinderen bezig, zij creëert een omgeving waarbinnen huiselijkheid heerst. Het belang daarvan is niet te onderschatten. Een stabiel huiselijk milieu vergroot de kansen van alle leden van het gezin op een positieve bijdrage aan de maatschappij. Daarom vind ik dat men nooit kleinerend over huishoudelijk werk mag spreken. Voor zowel man als vrouw is het een mogelijkheid om zijn of haar bijdrage aan de samenleving te leveren. Ik ken vrouwen die denken dat ze zichzelf tekort doen als ze bijvoorbeeld hun best zouden doen met koken. Je ziet mij toch niet in de keuken staan he? Zij zijn er trots op dat hun man dat doet. Dat geeft hun het gevoel van emancipatie.

Als ik het over vrouwenemancipatie heb, bedoel ik dat belemmeringen en vooroordelen moeten verdwijnen die de ontplooiing van de vrouw in de weg staan. Vrouwen moeten als vrouw in de gelegenheid zijn zich in alle vrijheid te ontplooien. Dat vergt een hele omslag in doen, maar vooral ook in denken. Traditionele denkpatronen, taalgebruik en gewoonten in Nederland gaan nog steeds veelal uit van de vouw als huisvrouw of als aantrekkelijke seksuele partner. We hoeven maar naar de vele reclames op de tv te kijken. Maar ook in het maatschappelijk verkeer geldt nog steeds: je bent een man, tenzij het tegendeel is gebleken. In het ziekenhuis wordt elke vrouwelijke dokter of co‑assistent in eerste instantie voor verpleegster gehouden. Maar goed, dat terzijde.

Als vrouwen ook buitenshuis actief zijn, moet er een goede werkverdeling voor de huiselijke taken worden gemaakt. Over de hele linie zowel in Nederland als in andere Europese landen is dit nog altijd een illusie. Zo blijkt uit diverse onderzoeken. De bulk ‑meer dan 90 % is niet ongewoon‑ van zorg‑ en huishoudelijke taken komt nog altijd op de vrouw neer. Dat is jammer en dat moet ook veranderen. Maar emancipatie heeft wat mij betreft niks van doen met het feit dat huishoudelijk werk minderwaardig zou zijn.

Naast de meer huiselijke beslommeringen, zijn er nog vele externe hindernissen te nemen als vrouwen een carrière nastreven; Bestaande regelgeving, sociale gedragspatronen waardoor nog vaak een plaats binnen een mannencultuur moet worden bemachtigd en dergelijke. Een maand terug las ik een mop die de ronde deed tijdens een bijeenkomst van vrouwelijke ondernemers in Washington. President Johnson komt bij de hemelpoort en verzoekt Petrus toegang tot de hemel. ‘Jij’, zegt Petrus, ‘na Vietnam? Nee hoor ga maar eerst een poosje naar de hel.’ Daarna verschijnt Nixon. Ook hij wordt naar de hel gestuurd. Vanwege het Watergate schandaal. Daarna komt er een vrouwelijke ondernemer. Zij mag direct door naar de hemel. ‘Waarom’ vragen Johnson en Nixon kwaad. ‘Zij is een vrouwelijke ondernemer’, zegt Petrus. ‘Zij is al door de hel gegaan!’

U kunt zich voorstellen hoe moeilijk het kan zijn voor vrouwen, als er ook nog van specifieke vooroordelen sprake is die een minderheidsgroep betreffen.

Nu de laatste vraag: hoe zou een verdere bijdrage vorm kunnen krijgen? Om een positieve bijdrage te blijven leveren is het van belang dat men ook een positief zelfbeeld heeft. Daarbij spelen organisaties een belangrijke rol. Deze moeten er voor zorgen dat de omringende samenleving niet alleen maar gefocused blijft op de probleemgevallen. En wij moeten ook niet zelf die probleemgevallen altijd maar aan onze cultuur wijten. Problemen onderkennen en aanpakken: ja! De cultuur stigmatiseren: nee! De jonge generatie moet niet afgeschrikt worden en denken: onze cultuur is hopeloos ouderwets, dus afrekenen met die handel. De goede dingen moeten prominent naar voren gebracht worden. Een vrouwenorganisatie als Sarita levert daartoe haar bijdrage. Trouwens, nog proficiat met het 5‑jarig bestaan!

Zoals ik in de brochure kon lezen zijn de activiteiten voornamelijk op de eigen doelgroep gericht. Het zou goed zijn om ook extern te gaan. Netwerken met en gezamenlijk activiteiten ondernemen met andere organisaties, Nederlandse vrouwenorganisaties. Zo kan het doen en denken van de hindoestaanse vrouw op een meer structurele manier naar het grotere verband waarin wij leven, worden uitgedragen. “Sarita” staat voor stroom, rivier. Laten we hopen dat die stroom steeds sterker wordt en meer en meer zijtakken gaat ontwikkelen. Daarnaast is het een must dat gewerkt wordt aan het mainstreamen van vrouwen in de hindoestaanse organisatiewereld. Veel grote hindoestaanse organisaties zijn nog altijd een mannenbolwerk. In één van de werkgroepen zal dat ook aan de orde zijn.

Tot slot zou ik hier het volgende willen neerleggen. Wij streven met zijn allen naar een zorgzame samenleving. Regelmatig worden wij geconfronteerd met de harde werkelijkheid. De zorgzaamheid ten opzichte van onze medemensen raakt in het gedrang in de huidige maatschappij van snelle communicatie, en druk, druk en nog eens druk bezig zijn, vooral met onszelf. Ik denk dat we met het emancipatieproces niet een zorgzame samenleving voorbij moeten schieten. Hindoestaanse vrouwen kunnen hierin een speciale rol vervullen. Er is nog altijd een heersende indruk dat hindoestaanse vrouwen onderdanig zijn. Met de toenemende emancipatie kan dit beeld positiever en maatschappelijk relevant ontwikkeld worden. Naar zorgzaamheid, en wel zelfbewuste zorgzaamheid, geen onnozele onderdanigheid. Uiteindelijk gaat het om zorgzaamheid bij mannen en vrouwen. Vrouwen kunnen een voortrekkersrol vervullen om deze instelling in gezin en maatschappij uit te dragen.

 

Indra Boedjarath:

 

We hebben heel veel opmerkingen gehoord die we straks mee kunnen nemen naar de werkgroepen. ‘Laten we onze vooringenomenheid opzij zetten en daadwerkelijk overgaan tot vrouwenemancipatie’, zo luidde de boodschap. Ons volgende inleidster is mevrouw Murcy Raghosing werkzaam bij de Dienst Sociale Zaken in Den Haag. Haar werkgebied omvat de Schilderswijk en Transvaal. Als geen ander heeft ze hierdoor zicht op de toestroom van Surinamers naar Nederland, zowel voor als na de onafhankelijkheid van Suriname die zich vooral in Den Haag en met name in de genoemde wijken vestigden. Door haar jarenlange ervaring kon ze ook de ontwikkelingen tussen de generaties volgen. Binnen haar werk houdt ze zich bezig met inkomensondersteuning aan oudere hindoestaanse vrouwen. Daarnaast activeert en ondersteunt ze jonge hindoestaanse vrouwen zodat zij in staat zijn een zelfstandig bestaan op te bouwen. Naast haar werk is ze actief in de besturen van de Stichting voor Surinamers, het Surinaams Antilliaans Vrouwencentrum en de Hindoe Ouderen Bond. Haar inleiding gaat over de problematiek van eenoudergezinnen met betrekking tot financiën.

 

Murcy Raghosingh:

 

Zeer geachte aanwezigen. Mij is gevraagd iets te vertellen over de rol van de Dienst Sociale Zaken bij verlating of echtscheiding. De rol van de dienst speelt zich voornamelijk af op financieel gebied en op het gebied van doorverwijzing naar de diverse hulpverleningsinstanties zoals het Algemeen Maatschappelijk Werk, de Raad van de Kinderbescherming, Sociale Raadslieden, Advocaten en Notarissen en het Riagg (tegenwoordig Parnassia).

Wanneer de vrouw na verlating of scheiding geen on onvoldoende inkomen heeft doordat zij tijdens het huwelijk geen betaald werk verrichtte, noch een uitkering ontving, kan en beroep worden gedaan op de Algemene Bijstandswet. Van onvoldoende inkomen is sprake wanneer het bedrag van de inkomsten uit arbeid of uitkering minder bedraagt dan de bijstandsnormen. Die normen bedragen op dit moment:

Voor gezinnen 2.129,16; voor alleenstaanden van 23 jaar 1.490,41; en voor alleenstaande ouders 1.916,24. Deze bedragen zijn inclusief het te reserveren vakantiegeld en exclusief eventuele verlagingen in verband met wonen bij de ouders of het delen van de woning.

Een bijstandsuitkering of een aanvullende bijstandsuitkering kan worden aangevraagd bij het wijkkantoor dat hoort bij de wijk waarin de aanvraagster woont. Om een uitkering te kunnen aanvragen, zijn de volgende zaken van belang:

Men moet in het bezit zijn van een geldig legitimatiebewijs en indien met niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit, een geldige verblijfsvergunning. Men moet woonachtig zijn in Den Haag en de partner staat niet meer ingeschreven op het woonadres. Ook is er geen financiële binding meer met de partner. Partners moeten in elkaars onderhoud voorzien. Bij een scheiding kan de Dienst Sociale Zaken onderhoudsplicht vragen aan de ex-partner voor de vrouw en het kind. Deze plicht duurt maximaal 12 jaar. Als de situatie genormaliseerd is, wordt de vrouw begeleidt naar werk of scholing. Er zijn verschillende mogelijkheden daartoe. Als de man een uitkering heeft, gelden dezelfde normen. Alleenstaande ouders die de zorg over kind hebben die jonger is dan vijf jaar, worden vrijgesteld van de arbeidsplicht. Ze moeten zich inschrijven bij een Arbeidsbureau en krijgen een premie van 304 als ze een betrekking aanvaarden. Men kan ook een vrijstelling van arbeid krijgen via Parnassia.

Verder zijn er mogelijkheden om een beroep te doen op de Bijzondere Bijstand voor bijvoorbeeld de aanschaf van nieuw meubilair en dergelijke. Het tijdelijk logeren bij familie moet je liever kort houden om problemen te voorkomen. Verder gelden voor uitkeringsgerechtigden dat ze een beperkt aantal vakantiedagen in het buitenland mogen doorbrengen. Voor vakantie moet vooraf toestemming worden gevraagd. Cliënten ouder dan 57 jaar mogen drie maanden aaneen vakantie houden. Bij overtreding van deze regels kan men een boete of maatregel opgelegd krijgen.

 

Indra Boedjarath:

 

Dat was een hoop informatie met betrekking tot de randvoorwaarden om je verder te ontplooien als je er alleen voor komt te staan. Ken je rechten en verplichtingen. Onze volgende gast is Gaitrie Bharos. Zij zit al twintig jaar in het onderwijs. Ze is ook politiek actief, zo was ze onlangs nog kandidate voor de Europese Parlementsverkiezingen. Verder is ze lid van het hoofdbestuur en van de commissie mensenrechten/vrouwenrechten binnen haar politieke partij.

 

Gaitrie Bharos:

 

Goedenmiddag dames en heren.

Historisch gezien hebben vrouwen altijd een ondergeschikte rol vervuld wat betreft onderwijs en vorming. Wij hindoestaanse vrouwen afkomstig uit Suriname weten dat al te goed. Onze moeders hadden een minimale of geen scholing genoten. Ze moesten zich beperken tot hun huwelijkse taken. Velen hebben ingezien dat zij hun kinderen met name dochters benadeelden wat intellectuele vorming betreft en hebben inzet getoond. Rond de jaren zestig gingen meisjes regelmatig naar school en met name in de hoofdstad Paramaribo. Ondanks de leerplicht was het voor de meisjes in de districten en de achterstandswijken van Paramaribo een voorrecht als ze niet werden opgevoed om enkel voor het aanrecht te staan. Stapvoets vond de inburgering van het onderwijs plaats en troffen wij vrouwen aan in beroepen die hoofdzakelijk gericht waren op zorg en onderwijs. Denk bijvoorbeeld maar aan verpleegsters en onderwijzeressen in Suriname. De politieke beroering in Suriname zorgde in de zeventiger jaren voor een massale overtocht naar Nederland.

Veel vrouwen en meisjes zijn toen gaan studeren. Het resulteerde zich in het feit dat de hindoestaanse vrouw in diverse beroepssectoren en op diverse maatschappelijke ladders van de samenleving te vinden is. Een goede vooruitgang in een tijdsbestek van ongeveer 20 jaar.

Desondanks heeft ze in vergelijking met de autochtone samenleving een achterstandspositie. De vraag rijst nu: waar ligt het aan? Ik zal enkele veel voorkomende problemen aan de orde stellen.

Ten eerste zijn er nog steeds ouders die hun dochters het liefst zo snel mogelijk getrouwd willen zien ook al doen ze het goed op school. Ze gaan ervan uit dat zij zich verder kunnen ontplooien in het huwelijk. In het huwelijk kunnen zij zich veelal niet verder vormen omdat de zorg van het gezin vaak op hun schouders rust. Er is nog te veel sprake van een onevenwichtige man‑ vrouw relatie. De zorg en beïnvloeding van familiebanden zorgen ook vaak voor stagnatie bij verdere ontplooiing. Het resultaat is vaak dat de man zich maatschappelijk ontplooit, terwijl de vrouw achterblijft vanwege de zorgtaken binnen het gezin en daarbuiten. Ten tweede zijn er heel veel taboes in de opvoeding ten opzichte van autochtonen, waardoor ze zich niet optimaal kunnen vormen. Denk bijvoorbeeld aan de buitenschoolse activiteiten waar de meisjes minder aan mogen meedoen. Er wordt nog teveel gedacht in termen van: leren doe je op school en uit de studieboeken, terwijl leren veelomvattender is. Leren doe je overal, dus ook op straat, feestjes, in sportclubs etc.

Ten derde zijn echtscheidingen en ‘bewust’ alleenstaande gezinnen voor een groot deel debet aan de leerprestaties van kinderen. Veel hindoestaanse vrouwen zijn er niet op voorbereid en niet op toegerust om zelfstandig de kinderen op te voeden, waardoor kinderen vaak belanden in de hulpverleningscircuit die jaren in beslag kunnen nemen. Ten vierde noem ik het alcoholprobleem. In de grote steden speelt het een niet geringe rol bij verminderde leerprestaties van de kinderen. Tevens is het een van de hoofdoorzaken van geweld binnen het gezin met alle gevolgen van dien.

Ten vijfde en het laatste in het rijtje is het minimaal stimuleren en begeleiden van kinderen. Er zijn nog te weinig ouders die participeren in schoolbesturen en ouderraden. Het bezoeken van contactavonden gebeurt ook niet met de regelmaat van de klok. Interesse tonen in het schoolgebeuren van het kind geeft het kind impulsen om te presteren. Laag opgeleide ouders zitten vaak met een drempelvrees, waardoor ze de school nauwelijks bezoeken. Hoog opgeleiden hebben geen drempelvrees, maar vaak een gebrek aan tijd wat te misprijzen is.

Deze uiteenzetting mag zeker geen beeldvorming schetsen dat wij hindoestaanse vrouwen het slecht doen in de samenleving. De resultaten die wij in korte tijd bereikt hebben, zijn positief te noemen, maar het kan beter. We moeten de stijgende lijn erin houden. Uit recent onderzoek blijkt dat de hindoestaanse jonge meisjes en vrouwen het beter doen dan de jongens op school. Wat dit betreft is er een taak weggelegd voor ouders naar de zonen toe en uiteraard hunnen wij onze jongens en mannen positief beïnvloeden door ze mee te nemen in de stroomversnelling waarin wij zitten.

Tenslotte wijs ik erop dat de gelijke behandeling van sekse wat onderwijs en vorming betreft ertoe heeft geleid dat wij vrouwen procentueel beter scoren dan mannen op dit moment. Daar mogen we trots op zijn. Desondanks verdwijnen veel vrouwen achter de coulissen na het huwelijk. Laten wij ook daaraan werken! Ook u heeft recht op ontplooiing voor en in het huwelijk Het komt u en uw gezin ten goede dus ook uw partner. De perspectieven in de huidige samenleving zijn legio. Het is aan u om van de mogelijkheden gebruik te maken. De overheid biedt vrouwen en uiteraard ook de mannen steeds meer mogelijkheden om de gelijke behandeling tussen mannen en vrouwen in de samenleving te bevorderen. Een mooi voorbeeld is de beleidsnota kinderopvang 1999‑2002, waarin gepleit wordt om 20 miljoen extra uit te trekken voor uitbreiding van kinderopvangplaatsen. Al bij al een uitbreiding van ongeveer 71000 kindplaatsen. Dus wat let u om gezamenlijk de achterstandspositie langzaam maar zeker in te halen op de autochtonen. Tot slot benader ik het gezamenlijk inhalen van de achterstandspositie tussen mannen en vrouwen. We zullen samen de strijd moeten aanbinden om successen te behalen. Het gelukkig gegeven dat wij het goed doen, betekent dat ook onze mannen het niet onaardig doen in relatie tot de vrouw. Het kan echter altijd beter.

Leven betekent strijd leveren en ook levert elk verlies winst op. Dank u.

 

Indra Boedjarath:

 

Hindoestaanse vrouwen doen het niet slecht in de maatschappij, dat is een compliment waard. Ik hoop niet dat de mannen zich beledigd voelen. Ze hebben net een uitnodiging gekregen om samen tot een oplossing te komen. Nu begint de vragenronde. Schroom niet, iedereen kan een vraag stellen.

 

Vraag: Mijn vraag is gericht aan Gaitrie Bharos. Zij stelt dat vrouwen na het huwelijk zichzelf niet meer kunnen ontplooien. Maar je ziet veel mannen en vrouwen die beiden werken of studeren.

 

Gaitrie Bharos: Mijn verhaal is geenszins generaliserend bedoeld. Ik doelde met name jonge vrouwen die slecht behandeld worden.

 

Vraag: Ik heb een vraag aan mevrouw Raghosingh. U heeft het in uw verhaal niet gehad over de armoede onder de Surinamers. Wij kennen een ander bestedingspatronen dan de Nederlanders. Denk maar aan het versturen van pakketten naar Suriname etc. In Utrecht is er een werkgroep opgericht die het bestedingspatroon in kaart gaat brengen.

 

Murcy Raghosingh: De normen die ik net noemde, zijn landelijk en daar wordt niet van afgeweken. Het is wel mogelijk om een beroep te doen op de Bijzondere Bijstand. We gaan daar heel royaal mee om. Als je minstens drie jaar in de bijstand bent, kun je gebruik maken van de Bijzondere Bijstand.

 

Opmerking: Ik wil een nuancering aanbrengen in het verhaal van mevrouw Bharos. De voorbeelden die ze noemt, zijn ook toe te passen op autochtonen. Wat betreft het verhaal van mevrouw Raghosingh. Vroeger was de man onderhoudsplichtig naar de vrouw toe. Dat is inmiddels veranderd. Beide inkomens worden bekeken en dan wordt bepaald wie onderhoudsplichtig wordt. Alimentatie bestaat niet meer.

 

Vraag: Wat biedt de gemeente Den Haag aan hindoestaanse meisjes en vrouwen aan ruimte en middelen?

 

Johan Chandoe: de gemeente is voorwaardescheppend bezig en biedt de basisvoorwaarden aan organisaties. Ik pleit er voor om je niet te isoleren maar bondgenoten te zoeken bij andere organisaties. Wat er vandaag boven tafel komt, kunnen we doorgeven aan de wethouder. Als u de wegen naar de gemeente niet kent, spreek me dan straks even aan.

 

Opmerking: Naar aanleiding van Kanta’s inleiding wil ik zeggen dat de emancipatie gaat over de economische zelfstandigheid van de vrouw en niet om de vraag wie thuis het huishouden doet. Ik vind het overigens goed dat dit onderwerp na lange tijd weer op de agenda staat. Ook wil ik toevoegen dat positie van werkende vrouwen onderbelicht is.

 

Vraag: De overheid attendeert ons op de snelle stijging van het aantal echtscheidingen. Het gaat hier met name om jonggehuwden. Parnassia meldt dat de jongeren hierbij vaak ondersteuning nodig hebben. Wat betreft het hindoestaanse huwelijk. Mannen komen vaak bedrogen uit omdat hun vrouw geen maagd meer is.

 

Antwoord: Laten we dan naar de opvoeding kijken bij de hindoestanen. Als je als vrouw één fout maakt, hoef je daar je hele leven niet voor te boeten. Hindoestaanse mannen zijn nooit maagd geweest. Hindoestaanse meisjes kiezen voor autochtonen omdat die van de maagdelijkheid geen issue maken.

 

Pauze waarna de workshops starten.

 

Workshop 1: Loopbaan & Carrière door mevrouw drs Sheela Vyas. Zij is van Oegandees-Indiase afkomst met als studieachtergrond Antropologie en Bestuurskunde. Ze heeft als consulente vrouwenzaken gewerkt in de arbeidsvoorziening. Nu is ze ruim tien jaar werkzaam

bij organisatie- en adviesbureau Isis, Institute for Transcultural Leadership als trainer en adviseur. De laatste twee jaar is ze tevens adjunct-directeur.

 

Workshop 2: Participatie van de vrouw in het bedrijfsleven door mevrouw drs Sitla Bonoo van Amrit Consultancy. Zij is juriste en heeft jarenlang emancipatie werkzaamheden gedaan met Surinaamse vrouwen. Op dit moment is ze partner in het bedrijf Amrit Consultancy, een adviesbureau dat projectmanagement en onderzoek doet. Zij is betrokken bij het thema ondernemerschap als projectleider van het project City Mondial. Het project richt zich op toerisme en etnisch ondernemerschap. Bij de workshop is ook aanwezig, de heer Akbar Mohammed van stichting Stabij. Deze stichting biedt begeleiding aan startende ondernemers in de Schilderswijk en Transvaal.

 

Workshop 3: De alleenstaande vrouw met een baan door mevrouw Nadia Chandoe en mevrouw Carla Mahawat Khan. Nadia Chandoe heeft als lerares op de Montessore basisscholen lesgegeven en ze heeft gewerkt bij de Dienst Onderwijs in Rotterdam en Den Haag. Thans is ze werkzaam als docente NT2 in het beroepsonderwijs en de volwasseneducatie in Den Haag en Rotterdam. Carla Mahawat Khan heeft een eigen bedrijf, namelijk de uitvaartonderneming Aakhri Bidaai. Zij is alleenstaande moeder van twee kinderen.

 

Workshop 4: Vrouwen in bestuurlijke organisaties door mevrouw mr Gisela Mohanlal. Zij is senior beleidsmedewerker/juriste Directie Jeugdbeleid bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Tevens is ze al geruime tijd actief in diverse organisaties en besturen.

 

Workshop 5: Traditionele belemmeringen en culturele valkuilen door mevrouw drs Aisa Manraj. Zij is consulente emancipatie bij het Surinaams Regionaal Steunpunt. Zij heeft Culturele Antropologie gestudeerd. Ze hoopt de uitkomsten van de workshop te kunnen gebruiken in haar werk bij SRS.

 

Terugkoppeling van de resultaten van de workshops:

Sheela Vyas, workshop 1:

De essentie van de workshop was het onderscheid tussen loopbaan en carrière. De deelnemers hebben verder gekeken naar hun eigen kwaliteiten en de stimulerende en belemmerende factoren. Als stimulerend werden ervaren: de opleiding, de vele kansen, goede taalbeheersing, het afkomstig zijn uit Suriname (bij uitstek een multiculturele samenleving), bekend zijn met de problematiek van de migranten, het leven in een omgeving waar onderwijs een hoge prioriteit heeft en het hebben van respect en geduld.

De belemmerende factoren kunnen zijn: bescheidenheid, aardig gevonden willen worden, het gebrek aan assertiviteit wat vooral door de opvoeding komt. Kanttekening hierbij is dat niet alles te wijten is aan je cultuur, maar ook aan je persoonlijkheid. Ook werd genoemd het onderdeel zijn van een minderheid.

De actiepunten die we tenslotte hebben geformuleerd, zijn: zelfonderzoek (wat zijn mijn doelen), jezelf beter waarderen, leren meepraten, kritischer zijn, leren directer te worden.

 

Gisela Mohanlal, workshop 2:

Om in besturen te gaan zitten, moet je eerst de noodzaak hiervan inzien. Het betreft vaak onbetaald werk waar heel veel tijd in kan gaan zitten. De redenen om in een bestuur te zitten is vaak ideëel, het geeft je geestelijke genoegdoening. Waar vrouwen actief zijn in het land, gaat het beter met het land. Het managen van een huishouden leidt tot kwaliteiten die ook buitenshuis toepasbaar zijn. Een van de aanwezigen zei dat ze zich gesterkt voelde door het werk. Een bijkomende en belangrijke voordeel van je bestuursfunctie is het netwerkcircuit waarin je terechtkomt. De belemmeringen die de vrouwen ervaren: ze voelen zich beconcurreerd door allochtone organisaties. De emancipatie van de man is belangrijk om de vrouwen in bestuursfuncties te krijgen. Er moet meer ruimte komen binnen het gezin, denk aan kinderoppas en dergelijke. Verder twijfelt een deel aan hun kwaliteiten. Er zijn enkele aanbevelingen geformuleerd: een bredere ontmoeting tussen mannen en vrouwen om over dit onderwerp verder te praten; de gemeente moet wat doen met onze beleidsvoorstellen en de informatievoorziening vanuit de gemeente moet beter.

 

  1. Chandoe en C. Mahawat Khan, workshop 3:

Aan de orde kwamen de alleenstaande vrouwen/moeders, weduwen en tienermoeders. De laag opgeleiden komen moeilijk aan een baan. Er is ook een enorme behoefte aan kinderopvang. De doelgroep voelt zich geïsoleerd, ze willen graag een toereikende hand krijgen uit de eigen gemeenschap. Mensen die in de bijstand zitten, moeten stapsgewijs naar een baan begeleid worden. Ze hebben geen toekomstperspectief en hoe langer je in de bijstand zit, hoe moeilijker het wordt in het arbeidsproces te komen. Er moet een praatgroep komen voor alleenstaande vrouwen.

De weduwen ervaren vreselijke problemen, ze worden vaak als een ongenodigde gast gezien omdat gehuwde vrouwen ze als een bedreiging zien. Ze krijgen vaak de schuld van het overlijden van de partner in hun schoenen geschoven. Ze worden gauw slachtoffer van roddel en achterklap, alsof ze vrouwen van lage allooi zijn. De mentaliteit binnen de hindoestaanse gemeenschap moet ten aanzien van deze houding drastisch veranderen. Tenslotte moet een ieder vrij zijn om een nieuwe relatie aan te kunnen knopen. Verder merkt een van de deelnemers van de workshop het volgende op: als autochtoon merk ik dat het wij-gevoel binnen de allochtone culturen verandert in vijandschap als iemand wegvalt. Dat uitsluitingsmechanisme moet verdwijnen.

Aisa Manraj, workshop 4:

We hadden een heleboel moeilijke problemen op de agenda staan, niet alles is aan de orde gekomen. We hebben gesproken over de wegloopjongeren en de echtscheidingen. Het was een heftige workshop met veel emoties, wellicht kan de vrouwenorganisatie met de andere onderwerpen iets in de toekomst doen.

We constateerden dat mannen en vrouwen niet goed met elkaar communiceren en daardoor snel tot een scheiding beslissen. De rol van de pandit in deze kan misschien belangrijk zijn. In Suriname werd zo’n beslissing aan de hele familie voorgelegd, in Nederland wordt dat al gauw als bemoeienis uitgelegd. Vrouwen nemen snel hun toevlucht tot de Blijf-van-Mijn-Lijf-Huizen. De opvoeding van de jongens en meisjes moet gelijkwaardiger worden.

Wat betreft de wegloopjongeren: er is te weinig communicatie tussen de ouders en de kinderen. Meisjes krijgen in tegenstelling tot de jongens te veel geboden. De reguliere hulpverlening faalt; ze zijn vaak niet bekend met de normen en waarden. Over de incestproblematiek is veel voorlichting nodig. De pandits moeten meer bagage krijgen om de problemen aan te kunnen.

 

Sitla Bonoo, workshop 5:

Ik was verrast dat er in de groep vrouwen zaten die een eigen bedrijf hebben of hadden. De ervaring van de meesten is dat het moeilijk is om aan informatie te komen bij de verschillende instanties. Er waren vragen over de eisen om een eigen bedrijf op te richten. Als je een eigen bedrijf wilt oprichten, denk dan heel goed na en maak een gedegen ondernemingsplan. In de praktijk is naar buiten toe de man de eigenaar, de rol van de vrouw is echter even belangrijk. Ze biedt de man emotionele steun en zorgt ook voor het huishouden. Er

zijn vaak problemen met de banken. De vraag rijst hoe je aan geld moet komen om je ideeën te realiseren. Allochtone ondernemers komen vaak met producten voor de eigen doelgroep. Je moet proberen ook de Nederlandse markt aan te trekken. Klantvriendelijkheid, de winkelinrichting en de presentatie moeten hierbij meer aandacht krijgen.

 

Hiermee komt een einde aan het officiële gedeelte. Henna Mathura richt nog een slotwoord tot de aanwezigen. Zij bedankt iedereen die op de een of andere manier een bijdrage heeft geleverd aan het tot stand komen van het congres. De betrokkenen krijgen een tegeltje uitgereikt met het logo van de organisatie. Ze bedankt alle sponsors: Farency Modehuis, Apotheek Sahodrie, Perola International, SRS, Eekta, Georgia Tours, Shaams Mode, Stichting Milan, Stichting Stabij, Juliana Welzijnfonds, Gemeente Den Haag, VSB Fonds, ministerie van Binnenlandse Zaken, de dokters Bharos en Kanhai, Orissi dansschool Namita Jyotika, mevrouw Kharpatoe en R. Kisoendayal.

Tenslotte wordt nog het bedrag dat is opgehaald voor de ramp in Orissa, bekendgemaakt. Het totaalbedrag is 650. Iedereen wordt uitgenodigd voor een warme maaltijd en een informeel samenzijn met de muziekgroep onder leiding van Ronnie Bhikarie.

 

Het congres was georganiseerd door Stichting Vrouwenorganisatie Sarita in samenwerking met Stichting Federatie Eekta, Stichting Surinaams Regionaal Steunpunt, Stichting Stabij en Stichting Agnie.